Molen "de Hoop"

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 
in Horn

De twee dorpsmolens van Horn, "de Hoop" en "de Welvaart", worden gekenmerkt door hun bijzonder uiterlijk. "De Hoop" heeft een houten romp, die zestien kanten heeft, en een fraaie mansarde kap. Het is de enige zestienkant van Nederland. Nog voor de vereiste vergunning was verleend, werd in 1817 met de bouw van de windmolen op de Muyenberg, later de Mussenberg genoemd, begonnen. Twee inwoners van Horn, de landbouwers Jacques Leurs, die ook de grond beschikbaar stelde, en de molenaar Willem Evers waren de opdrachtgevers.
Baron de Keverberg d'Aldenghoor in Haelen tekende tegen de bouw van de molen bezwaren aan. Hij meende aanspraak te kunnen maken op een windmolen in Horn, gebaseerd op een voorrecht, dat door de prins-bisschop van Luik, de opvolgers van de bekende graven van Horne, aan zijn voorouders was verleend. De baron bezat een standaardmolen, die tussen de dorpen Horn en Haelen stond en voor de Franse Tijd de banmolen van beide dorpen was. De molendwang was echter door de Fransen afgeschaft en de inwoners van Horn en Haelen waren vrij naar de molen van hun keuze te gaan. Door de bouw van de windmolen in Horn vreesde de baron, dat zijn pachter van de standaardmolen veel klanten zou verliezen. De ingebrachte bezwaren werden echter niet ontvankelijk verklaard en de vergunning werd door de gouverneur alsnog verleend. In het begin van de jaren veertig van de 19e eeuw stond de windmolen op naam van Hendrik Verlinden, landbouwer in Beegden. In 1883 verkochten de erfgenamen Verlinden de molen aan Jan Michel van de Voort. Hij was getrouwd met Hendrika Hubertina Trouwen, een dochter van het echtpaar Trouwen-Horix, molenaar in Nederweert. Drie jaar eerder was Van de Voort eigenaar van de molen "De Welvaart" in Horn geworden. Bij de boedelscheiding in 1905 kreeg zijn zoon Peter Adriaan Hubert de windmolen "De Hoop", waarop hij molenaar was. Vervolgens vererfde de molen in 1932 aan Jan Michie! Hubert van de Voort echtgenoot van Maria Sophia Agnes Vermeulen.

In de jaren dertig lagen er op de molen twee koppels 17-er maalstenen. Een koppel bestond uit blauwe Duitse stenen, waarmee boekweit en tarwe werd gemalen. Het zeven van de bloem uit het tarwemeel en de doppen uit het boekweitmeel vond plaats met een buil.
De molen heeft een kort gevlucht van 22 m. en het gang­ werk een kleine overbrengingsverhouding van l: 4,4. De molen maalde tamelijk licht; de capaciteit was echter niet groot. In 1911 plaatste Peter van de Voort een kleine maalstoel met een liggende benzinemotor in de gemetselde onderbouw van de molen.
In het voorjaar van 1934 kreeg de molen Dekkerwieken, die door de Gebr. Cor en Piet van Beek uit Nieuwe-Wetering (Z.H.) werden aangebracht.

Een totale vernieling als gevolg van de oorlog bleef de twee Homer windmolens bespaard. In de nacht van 15 op 16 november 1944 bracht een Duits Sprengkommando een lading in molen "de Hoop'' aan. Tijdens de voorbereidingen viel er plotseling een hagel van granaten op Hom. De Britse aanval op de zak in het Duitse front tussen het Kanaal Wessem-Nederweert en de Maas was begonnen . Toen het even rustig was, zochten de Duitsers bescherming in de kelder van een huis bij de molen en keerden niet mee terug. De schade aan de molen bleef beperkt en kon direct na de bevrijding door de molenmakers Willem en zijn zoon Jos Adriaens uit Weert worden hersteld.

Molenaar Van de Voort overleed in 1949 op 49-jarige leeftijd. De familie maakte een moeilijke tijd door om het maalbedrijf gaande te houden. Het loon van een zelfstandig werkende knecht was een te hoge uitgave. De weduwe Van de Voort besloot met de hulp van haar 16-jarige dochter Betsie zelf de molen te bedienen. Zij was een aantal jaren de enige vrouw, die het molenaarsvak op een windmolen uitoefende . Dit trok de aandacht van de pers, in het bijzonder van de damesbladen. Haar moed en doorzettingsvermogen vonden waardering bij de Nederlandse Katholieke Bond van Molenaars "St. Victor" en de Vereeniging "De Hollandsche Molen". De energieke voorzitter van de molenaarsbond St. Victor, Harrie Trouwen uit Heeze {N.B.), stelde middelen beschikbaar voor een elektrisch hulpgemaal om het werk van de twee vrouwen te verlichten, zodat bij harde wind of windstilte met de motor kon worden gemalen .
Een dringend noodzakelijke •grote onderhoudsbeurt werd in 1951 door Willem Adriaens en zijn zoon Jos uitgevoerd, waarbij onder andere twee nieuwe lange schoren, een nieuwe kruilier, en ook de beplating van de Dekkerwieken en de bekleding van de romp werden vernieuwd .

Ondanks alle waardering en )of , die de instanties aan het adres van de weduwe Van de Voort hadden geuit, kwam er van die zijden geen financiële hulp . De Vereeniging "De Ho1Jandsche Molen" en de bond St. Victor, die de grootste bijdragen voor het herstel leverden, hadden nog een tekort van 400 gulden .
Het rijk werd om 150 gulden subsidie gevraagd, de provincie om 100 gulden; de gemeente kon wel lOO gulden geven, zo werd geoordeeld . Tenslotte werd het eerst genoemde bedrag door het rijk als renteloos voorschot verstrekt; twee jaar later kende het College van Gedeputeerde Staten van Limburg een subsidie van 100 gulden toe. Deze bedragen vormen een schril contrast met de subsidies, die vijf en twintig jaar later werden uitgekeerd om de molens als monument te restaureren.
Op het einde van de jaren vijftig liep het gemaal van de molen sterk terug als gevolg van het gebruik van door een hamermolen gemalen gemengd veevoer op de boerderij. Met de stilstand van de molen bleef ook het onderhoud achterwege en op de duur raakte de zeldzame windmolen in een slechte staat. In 1968 besloot de gemeente Hom de molen voor 8910 gulden aan te kopen; twee jaar later nam zij eveneens de molen "De Welvaart" over.

In 1974 en 1975 werden beide molens door de firma Gebr . Adriaens uit Weert gerestaureerd. De molen "De Hoop" onderging het omvangrijkste herstel sede1i zijn bestaan. Het gehele uitwendige staande werk, de staart en het stroomlijn­ systeem werden vernieuwd. De molenromp was oorspronkelijk met leien gedekt, gedeeltelijk nog met fraaie franse anjer-leien . Van de Voort had deze bedekking in zijn tijd laten vervangen door dakleer of rubberroïd omdat veel leien loszaten. Uiteindelijk besloot het gemeentebestuur de romp opnieuw van een leiendak te voorzien. Het dek werd op een laag dakleer werd aangebracht , zodat een duurzamer water­ dichte bedekking van de houten romp ontstond. De mansardekap werd met eikenhouten schaliën gedekt, eveneens voorzien van een onderlaag dakleer. Na de restauratie, waarbij kosten noch moeite werden bespaard, zag de molen er prachtig uit.

© P.W.E.A. van Bussel “De Molens van Limburg”. Publicatierecht verkregen van de zoon van de schrijver.

Openingstijden: Na telefonisch overleg

Adres: Molenweg 26, 6085 CK Horn, Telefoon: (+31) (0)6-29430615