Molen "De Welvaart"

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
in Horn

De kleine stenen korenmolen "De Welvaart" staat aan dezelfde weg op korte afstand van molen "De Hoop". Zijn naam "De Welvaart" heeft geen betrekking op de af metingen . De molen heeft een tamelijk rechtop gaande romp met kleine doorsneden, waarin op de steenzolder nog twee koppels 15-er stenen een plaats vonden. De maalzolder heeft een middellijn van bijna 4 m., het spoorwiel heeft een middellijn van 1,70 m. gemeten op de steekcirkel van de kammen. Deze middellijn bedraagt meestal 2 - 2,5 m. Met een gevlucht van 22,3 m. en een overbrengingsverhouding van 1 : 5,14 kon met deze voor een windmolen kleine steenmaat gemakkelijk bakrogge en voergraan worden gemalen.

Het merkwaardige molentje werd gebouwd in opdracht van de molenaar Joseph of Pieter Joseph Aerts. Hij was in Nederweert geboren en vestigde zich later als molenaar in Weert. In 1864 kreeg hij van het provinciaal bestuur toestemming voor de bouw van een windmolen in de buurtschap "Sanenkamp", die in 1864 in gebruik werd genomen. Na het overlijden van Aerts vond in 1872 een deling van de nalatenschap plaats en werd zijn weduwe Johanna Maria van Brussel eigenaar. Zij vestigde zich later in St. Odilienberg. In 1880 verkocht de weduwe Aerts de molen aan Jan Michiel van de Voort. Drie jaar later kocht hij de windmolen "De Hoop" en verkocht de molen "De Welvaart" in hetzelfde jaar aan Jan of Johannes Hubertus Nijs, getrouwd met Maria Catharina Cornelissen en afkomstig uit Beegden. In 1889 liet Nijs bij de molen een molenaarswoning bouwen. Hij stierf in 1924, waarna de weduwe Nijs met Leo Linssen als knecht het maalbedrijf voortzette. In 1929 kocht Linssen de molen .

De volgende jaren liet de nieuwe eigenaar een groot aantal verbeteringen uitvoeren. Toen Linssen nog als knecht bij de weduwe Nijs werkte, moest hij bij langdurige windstilte met de molenkar naar de Hammermolen in Neer om daar het graan te laten malen. Als zelfstandige molenaar wilde hij onafhankelijk zijn. In het Duitse Geldern kocht Linssen een elektrische dubbele maalstoel met 16-er stenen. De maalstoel werd in een gemetselde ruimte tegen de molenromp geplaatst, waarvoor een gedeelte van de molenberg werd weggegraven .
In die tijd had de molen nog een houten as en een houten gevlucht, die aan vervanging toe waren.
Door bemiddeling van Chr. van Bussel uit Weert kocht Linssen in 1933 de complete afbraak van de achtkante stellingmolen in Brummen (Geld.) voor de prijs van 275 gulden. Met een kleine aanpassing van de romp pasten de kap met het Engels kruiwerk, de molenas met aswiel en de vang. De molenroeden werden om onbekende redenen niet gebruikt. Een koppel maalstenen met staakijzer, rondsel en andere toebehoren reserveerde Van Bussel voor de herbouw van de grondzeiler in Nederweert-Kreyel, die in februari 1933 geheel uitbrandde. Andere onderdelen van het gang­ werk nam Jacques Bruekers in Nederweert over.

In Hilvarenbeek (N.B.) kocht Linssen een gebruikte Fransen­ roede en in Neerkant (N.B.) een Potroede van de achtkant "Oom Paul". De verbouwing van de molen werd uitgevoerd door de molenmaker Hub. Adriaens uit Weert, die tevens het recht kreeg de gepatenteerde Dekker-stroomlijnwieken aan te brengen. Uit die tijd dateert de hoge kap, die daarvoor ovaler van vorm was.

Op dezelfde avond, dat in de molen "De Hoop" een springlading door de Duitsers werd aangebracht, werden ook in de molen "De Welvaart" voorbereidingen getroffen om de molen op te blazen. Toen de verdragende Britse kanonnen het vuur openden, verlieten de Duitsers de molen en lieten deze verder ongemoeid.
Tijdens de beschietingen werden de Dekkerwieken beschadigd. [n 1951 liet Linssen door Hub. Adriaens de oude Potroede vervangen door een andere gebruikte roede en het Dekker-stroomlijnsysteem door het Van Bussel-systeem. Uit de oude Potroede werd een lange spruit gemaakt en in de kap geplaatst. Enige jaren later kocht Linssen een hamermolen, type "Econoom" van de Gebr. Jaspers uit Aarle-Rixtel (N.B.) en een mengketel, die op de plaats van de dubbele maalstoel werden geïnstalleerd. Ook de maalstenen van de windmolen waren in onbruik geraakt en de molen werd niet meer onderhouden.
In 1970 nam de gemeente Horn de windmolen met toebehoren van de familie Linssen over, waarna een restauratie volgde.
Op aandringen van de Molenstichting Limburg en burgemeester K.J. van Gerven van Horn, die in het tot stand komen van de restauratie een groot aandeel hadden, werden op beide molens de stroomlijnwieken weer aangebracht, die zij het laatst hadden gebruikt, nu echter voorzien van remkleppen. Op 16 augustus 1975 werden de restauraties van "DeHoop" en "De Welvaart" met een groots opgezet molenfeest afgesloten.

Levende molens zijn de Homer tweeling niet meer geworden.. 'Als er wind is, draaien zij twee zaterdagen per maand. Gemalen wordt er niet. Sinds 1950 is ook het landschap, waarin de molens van zo’n grote betekenis waren, geheel veranderd. De gronden verloren hun agrarische bestemming, de boerderijen verdwenen', woningbouwplannen werden verwezenlijkt.

© P.W.E.A. van Bussel “De Molens van Limburg”. Publicatierecht verkregen van de zoon van de schrijver.

Openingstijden: Na telefonisch overleg

Adres: Molenweg 3, 6085 CK Horn, Telefoon: (+31) (0)475-562904