De Friedessemolen

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 
in Neer

De Friedessemolen met het rnonurnentale molenaarshuis aan de Bergerstraat behoorde tot de mooiste plekjes van Neer. Beide worden omstreeks 1700 gedateerd; de muur ankers op de gevel van de molen geven hel jaartal 1717 aan. Het molengebouw is opgetrokken uit baksteen en heef t een pannen-wolf dak met in het voorste dakschild of wolfeind de luifel van het luiwerk om de zakken naar de zolder te hijsen. Het was vanouds een koren- en oliemolen, die tot 1958 door een onderslagrad werd aangedreven. Oorspronkelijk had de molen twee waterraderen, die schuin achter elkaar hingen, met elk een eigen ark. In het midden van de 19e eeuw had het voorste rad, dat naast de gevel hing en de korenmolen aandreef, een middellijn van 5,66 m. en een breedte van 0,9 m. Het tweede rad, waarvan de as direct achter het voorste rad lag en de oliemolen aandreef, had als afmetingen respectievelijk 5,32 m. en 0,66 m.

In de eerste helft van de 19e eeuw was de watermolen met aanhorigheden eigendom van Sibert Geenen, die er molenaar was. In 1852 werd na zijn overlijden de weduwe Margaretha Geenen-Tobben eigenaar en vervolgens in 1875 Elisabeth Geenen, de echtgenote van Peter Theelen, die toen de molenaar was. Theelen liet het waterrad van de oliemolen afbreken en de gangwerken van de koren- en de oliemolen koppelen. Bij boedelscheiding in 1883 kreeg de molenaar Sibert Theelen de molen; Margaretha Theelen, de echtgenote van Jacob Vennekens, was mede-eigenaresse. In 1889 kocht Theelen de Winkelmolen, een watermolen, die achter de Friedessemolen op de Neerbeek lag. Het waterrad van de Friedessernolen werd in 1891vemieuwd . Het nieuwe rad had een middellijn van 5,78rn. en een breedte van 0,80 m. In 1909 liet Theelen het houten sluisgebint met zes houten lossluizen, die met behulp van kettingen door een houten windwerk werden opgetrokken, vervangen door een ijzeren gebint. De houten schuiven werden toen elk bediend door een ijzeren windwerk met gebruikmaking van een handheugel. In dezelfde tijd of kort daarna werd de molen voorzien van een ijzeren waterrad met een middellijn van 5,70 m., breed 0,9 m, en een ijzeren gangwerk. De steenbedding, die deel uitmaakt van de zolder wordt ondersteund door gemetselde poeren . Het gangwerk bestaat uit een conisch aswiel voor de aandrijving van de stalen koningsspil met het spoorwiel, dat op de rondsels van de twee steenspillen werkt. De steenspillen worden ondersteund door spoorbokken , welke op gemetselde poeren zijn geplaatst. Deze constructie komt sporadisch in molens met dit type gangwerk voor. De steenlicht van elk koppel stenen met de schroefspil wordt gesteund door een bok van profielijzer. Voordat de nieuwe maalinrichting werd geïnstalleerd werd de oliemolen uitgebroken, waarbij de zware stenen van de kollergang in de molenvloer werden gegraven. De kantstenen hadden een middellijn van 1,80 m. en een dikte van 26 cm.

In het tweede decennium van deze eeuw was van de familie Theelen Leonard Willem als molenaar op de molen werkzaam; Johannes Hubertus was gemeentesecretaris van Neer. De laatste molenaar in deze familie was Theodoor Theelen. Hij had in Neer een motormaalderij en veevoederhandel. Wegens emigratie deed hij omstreeks 1950 de zaak van de hand.
Na de boedelscheiding in 1920 kwam Jos of Antonius Joseph Vennekens op de Friedessemolen. In 1948 verkocht hij de molen met huis en andere aanhorigheden aan Alfons van Stekelenburg uit Mierlo (N.B.), getrouwd met Antonia Johanna van Erp. A.J. van Stekelenburg stamde uit een bekend molenaarsgeslacht in Oost-Brabant. Zijn vader Godefridus kocht in 1888 de standaardmolen van Zeelst bij Eindhoven en liet deze naar Mierlo-Hout verplaatsen. Alfons werkte op deze molen tot 1937. Toen hij de Friedessemolen kocht, was het gemaal verlopen en bevond de molen zich in een minder goede staat. Na een flinke herstelbeurt kregen molen en woonhuis weer een welvarende aanblik.
Bakrogge en graan voor veevoer werden gemalen op een koppel 17-er kunststenen; boekweit en tarwe op een koppel 17-er blauwe Duitse stenen. Het zeven van het meel vond met een zeskantige buil of klopbuil plaats ; voor het reinigen van het graan werd een eenvoudige houten reiniger gebruikt. Beide machines, respectievelijk staande op de begane grond en de zolder, worden door een transmissie-as naast het gangwerk aangedreven. Voor de aandrijving van de transmissie-as is een houten poelie tegen het aswiel gemonteerd.
In het begin van de jaren vijftig schafte Van Stekelenburg zich een elektrische hamermolen en een mengketel aan.
Na 11 jaar molenaar in Neer te zijn geweest, trok hij zich om gezondheidsredenen terug en vestigde zich in Mierlo-Hout, waar hij kort daarna overleed. De molen werd verhuurd aan zijn zwager Lambert van Erp.

De Friedessemolen was toen geen watermolen meer; Van Stekelenburg had .in 1958 het stuwrecht a.an het waterschap “Midden-Limburg” verkocht. De vergraving van de Neerbeek bij de Friedessemolen riep in 1962 emotionele reacties op. De inwoners van Neer waren met het lot van de oude beek en de molen in het bijzonder begaan. Daarover verschenen krantenartikelen en bij de molen werd een groot bord geplaatst met daarop een tekst, die eenvouding en duidelijk de gevoelens weergaf. Geen argumenten bleken echter de wijze van uitvoering in de weg te staan. Een voor de partijen aanvaardbare technische oplossing bleek niet mogelijk. Niet bij de molen, maar op korte afstand achter de molen werd een nieuwe stuw met overlaat gebouwd. Uiteindelijk kon wel worden bereikt, dat het waterrad niet op het droge maar in een soort inham van de Neerbeek kwam te hangen, hetgeen echter niet meer dan een kleine pleister op de grote wonde betekende.
Tien jaar later werden het huis en de molen op de lijst van beschermde monumenten geplaatst. De onafscheidelijke waterwerken behoorden daar niet meer bij . In 1987 werd de molen met het woonhuis aan Bodo Kochel uit Berlijn verkocht. Het woonhuis is in restauratie en wordt gedeeltelijk verbouwd. Het molengebouw en het waterrad verkeren nog in een slechte staat.

© P.W.E.A. van Bussel “De Molens van Limburg”. Publicatierecht verkregen van de zoon van de schrijver.

Openingstijden: Zondag van 13:00 tot 17:00 uur (van mei t/m september)

Adres: Ingang via Eiland 1, 6086 NA Neer, Telefoon: (+31) (0)475-592702