Grathemermolen

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
in Grathem

Midden in het stille en fraaie dorpje Grathem ligt op de Uffelse Beek de laatste watermolen in de noordelijke helft van de provincie Limburg, die nog regelmatig in bedrijf was. Van buitenaf gezien was dit niet merkbaar, want de turbine deed onder de waterspiegel onopvallend zijn werk. Door slijtage aan het loopwiel van de turbine lag de molen enige tijd stil.
De kerk en de watermolen zijn er niet de enige belangrijke oude gebouwen. Twee kastelen aan de dorpsrand geven, zowel bij de nadering vanaf de Napoleonsweg, als komende van Kelpen-Oler een bijzonder accent aan het dorp.
De watermolen heeft een rijke historie als cultureel erfgoed.
Grathem beschikt over een eeuwenoud, karakteristiek, monumentaal molencomplex met een cultuur-historische waarde, dat vanwege zijn markante ligging aan de Uffelsebeek beeldbepalend is voor de dorpskern.

In oude archiefstukken wordt voor het eerst in 1252 van deze molen melding gemaakt. Op 7 april 1252 vermaakt een zuster Elisabeth uit het klooster van Thorn onder meer de molen aan haar medezuster en opvolgsters in de abdij.
Reeds in de 14e eeuw lag in Grathem de banmolen van het stift van Thorn. Later kwam de molen in bezit van de adellijke familie De Borchgrave d'Altena, die op het kasteel "Groot Buggenum" in Grathem woonde, en vervolgens door huwelijk in de familie De Geloes d'Elsloo.
In de eerste helft van de 19e eeuw was de watergraan- en oliemolen eigendom van Antonia Enestina Francisca, gravin de Borchgrave d'Altena. Ze was gehuwd in 1813 en later weduwe van Charles Emile Marie Maur Servais, graaf de Geloes d'Elsloo. Na haar dood vererfde de molen met huis en erf in 1861 aan Theodore Maur Constantin Charles graaf de Geloes d'Elsloo te Lauvergnac (Guérande, Frankrijk) en zijn zuster. Na deling in 1871werd de graaf alleen eigenaar. Een jaar later verkocht hij de molen met aanhorigheden aan de molenaar-pachter Louis Schreurs, gehuwd met Ida Jacobs. In die tljd had de molen twee onderslagraderen, die schuin achter elkaar in een eigen ark hingen. Het voorste rad. het waterrad van de korenmolen, had een middenlijn van 5,40m en een breedte van 0,59m; het waterrad van de oliemolen had als afmetingen respectievelijk 5,12 en 0,52m.
Toen het echtpaar Schreurs-Jacobs eigenaar werd, verkeerde de molen in slechte staat. Zij lieten de molen met het woonhuis in 1873 vernieuwen, waaraan een gevelsteen met het volgende chronogram herinnert: “Is hernle UWD Door De eChtgenooten L sChreUrs en I. jaCobs. (Om de jaartalwaarde van een chronogram te berekenen moet men alle letters – die een Romeins cijfer zijn – bij elkaar optellen: D=500, C=100, L=50, W=10, U=5 en 1 of J=1).

In 1903 verkocht het echtpaar Schreurs-Jacobs de molen met huis en aanhorigheden aan Mathieu of Johannes Mathias Hubertus Tijssen, getrouwd met Anna Maria Hubertina Schreurs. Tijssen was een neef van Ida Jacobs: zijn vrouw een nicht van Louis Schreurs. Tijssen liet de molen met het gangwerk in 1915 verbouwen. Op 8 augustus van dat jaar kreeg hij toestemming van het provinciaal bestuur voor het plaatsen van een waterturbine en het aanpassen van de waterwerken. De molen had voordien een ingebouwd waterrad met een middellijn van 6, 10m., een breedte van 2,08 m. en een schoephoogte van 1,25 m. Van dit voortreffelijke waterrad zijn de eikenhouten schoepen bewaard gebleven. Zij dienden als vloerdelen van de hooizolder.
De verticale turbine kon bij een waterhoeveelheid van 1300 liter per seconde en een toerental van 70 omwentelingen per minuut, 10 PK ontwikkelen. De turbine met het nieuwe ijzeren drijfwerk werd geleverd door de firma Atorf en Propfe uit Paderborn (Dld). De overbrengingsverhouding van het gangwerk bedraagt 1 : 1,5. Het zware gangwerk bestaat uit een stalen molenas, die op de begane grond is gelagerd, en via een conische tandwiel­ overbrenging door de turbine wordt aangedreven. Op de zolder lagen vroeger twee koppels 17-er stenen naast elkaar. De lange spil van elk koppel stenen wordt gesteund door een spoorbok en wordt via een zware conische tandwieloverbrenging (overbrengingsverhouding 1 : 1) door de molenas aangedreven. Met behulp van een schroefinrichting kan het horizontale tandwiel op de steenspil uit het verticale tandwiel op de molenas worden gelicht en wordt het betreffende koppel stenen uit het werk gezet.
In de turbinekamer werd in 1916 een Stockport-zuiggasmotor als hulpkracht gelegd, die met een riem rechtstreeks de molenas aandreef. Deze as dreef in de turbinekamer tevens een dynamo aan, die tot het einde van de jaren twintig een deel van het dorp van elektrisch licht voorzag. De accumulatorbatterij bestond uit 120 elementen. Pas in 1930 werd Grathem op het provinciale elektriciteitsnet aangesloten. Daarna werd een elektromotor als hulpkracht gebruikt.
Tijssen overleed in 1926. De molen kwam toen in bezit van zijn echtgenote en de vier kinderen, Severinus, Dorothea, Hubertina en Maria. Het bedrijf werd voortgezet onder de naam "De erven Tijssen", bedrijfsleider was de bekwame Theo Janssen. In het midden van de jaren vijftig werden door de firma H.P. van Aarsen, molenbouw uit Panheel, in het voorste gedeelte van de turbinekamer een elektrische hamermolen en in de molen een mengketel geplaatst. Het koppel stenen, dat in de molen de voorste positie innam, werd verwijderd en de molenas ingekort . Op de zolder staat een walsenstoel die als pletter wordt gebruikt, en een graanreiniger; beide machines worden door de molenas aangedreven. In een bijruimte staat een buil, waarmee boekweitmeel wordt gezeefd.
In 1958 vond een boedelscheiding plaats en werden Severinus Theodoor Gerard Joseph Tijssen, pastoor in Ittervoort, en Dorothea Gertrudis Agetha en Maria Hubertina, beiden ongehuwd, gezamenlijk eigenaar. In 1977 verkocht de familie Tijssen de molen met woonhuis en aanhorigheden aan Louis of Ludovicus Antonius Marie Gielen, getrouwd met Elisabeth Catharina Hubertina Op 't Broek, uit Wessem. Hij was reeds molenaar op de Grathemermolen.

© P.W.E.A. van Bussel “De Molens van Limburg”. Publicatierecht verkregen van de zoon van de schrijver.

(Onderstaande tekst is later toegevoegd)

Hij bleef er zijn molenaarswerkzaamheden bedrijfsmatig uitoefenen tot december 2007 en verhuisde toen naar Maasbracht.

In 1994 kocht de gemeente Heythuysen het molengedeelte van de familie Gielen en verhuurde het aan de opgerichte “Stichting Grathemer Molen”. Deze Stichting (juridisch eigenaar) verhuurde de molen vervolgens aan de familie Gielen (molenaar). Het woongedeelte van het molencomplex bleef eigendom van de familie Gielen , met de voorwaarde dat zij nog minstens 10 jaar mochten blijven wonen en de molen exploiteren. Uiteindelijk (in 2006) kocht de gemeente het woongedeelte met achterliggende bedrijfsruimte.
De oprichting in 1994 van de “Stichting Grathemer Molen” was formeel noodzakelijk om voor de uitvoering van een restauratieplan in aanmerking te komen voor subsidies van Rijk, Provincie en Gemeente.

De kosten van een restauratieplan voor het molengedeelte werden geraamd op 1.375.000,00 gulden. Nadat een dekkingsplan was opgemaakt en de subsidieaanvragen waren gehonoreerd kon in 1994 met de restauratie en renovatie worden aangevangen. Het totale project kon worden verdeeld in drie onderdelen, t.w. bouwkundige restauratie- en onderhoudswerkzaamheden van de gebouwonderdelen, een molenbouwkundige restauratie en waterbouwkundige werkzaamheden.
Door de Molenstichting Limburg werd het gaande werk van de voormalige molen in Brunssum beschikbaar gesteld. Het interieur van de Grathemer Molen kon hierdoor worden veranderd en uitgebreid.
Het gaande werk kon hierdoor worden aangedreven door een geheel nieuw waterrad dat aan de buitenzijde van het gebouw werd aangebracht. Dit gaande werk is zorgvuldig geconserveerd, gerestaureerd en voor zover nodig gecompleteerd. De aanwezige turbine (type Francis) werd vervangen door een geheel nieuwe turbine van het type Girard.
Naast de aanwezige oorspronkelijke elektrische drijfkracht kan de molenaar nu ook de andere koppel stenen laten draaien door een waterrad of door de nieuwe turbinemotor.

De waterkundige voorzieningen omvatten:
• Restauratie en verbetering van de stuwvoorziening;
• Restauratie van de in de beek aanwezige keermuur;
• De aanleg van een vistrap (visoptrekvoorziening) in de beek.
• Totale renovatie van de waterhuishouding (i.v.m. nieuw waterrad).
• Naast de bestaande maalgoten van de turbine en het waterrad zijn 2 losgoten
aangelegd (met metalen roosters) ten behoeve van de waterdoorgang. Ernaast is de doorgang van de vistrap gerealiseerd.

Het nieuwe molenrad/waterrad (Onderslagrad), geplaatst aan de buitenzijde van de molen, is ontworpen door Ing. P.W.E.A. van Bussel uit Eindhoven. Het rad heeft een middellijn van 5.20m en telt 48 schoepen, elk 88 cm breed. Het waterrad kan continu blijven draaien, ook zonder dat de maalstoel in gebruik is.

De in 1915 geplaatste Francis-turbine, welke ongeveer 70 jaar in gebruik bleef, raakte onklaar door het verlies van delen van schoepen op het wiel als gevolg van corrosie. Omdat de turbine incompleet raakte was deze jaren niet meer te gebruiken. Bij de restauratieplannen in 1994 werd tevergeefs getracht deze turbine te renoveren en opnieuw bruikbaar te maken.
In 1995 werd een nieuwe Girard-turbine geleverd en gemonteerd door Molenbouw Gebrs. Adriaens Weert BV, volgens een plan en tekening gemaakt door Ing van Bussel uit Eindhoven. Voor de constructie van deze turbine diende als model een Girard-turbine afkomstig uit de watermolen van Neeroeteren (B).
De rotor van de turbine kan 1,43 m3 water per seconde verwerken. Vanaf de begane grond in de molen is een doorkijk in de turbinekamer gemaakt om bezoekers (de werking van) de molen te laten zien.
Na de restauratie in 1994/1995 is de bijzondere situatie ontstaan: De Grathemer Molen biedt de unieke mogelijkheid tot combinatie gebruik van waterrad- en turbine-aandrijving, twee technologische fasen naast elkaar.

Constructiebedrijf Derckx uit Wessem heeft bij de heropening van de molen op 6-10-1995 aan de Stichting Grathemer Molen een zgn. “waterpegel” aangeboden als attentie. Dergelijke pegels zijn vanaf midden/eind 19e eeuw in allerlei vormen algemeen gebruikelijk in Oost-Brabant en Limburg. De pegel is geplaatst in de bodem van de beek en gesteld in de stroomrichting van het water op een hoogte van het molenpeil, zoals dat werd aangegeven door het Waterschap Peel en Maas te Venlo. De pegel moet vanaf de oever zichtbaar en vanaf de kademuur bereikbaar zijn.

Sedert het vertrek van molenaar Gielen eind 2007 wordt het molencomplex te koop aangeboden door de gemeente. Gezocht wordt naar een geschikte bestemming voor het complex, waarin het molengedeelte voor de toekomst gehandhaafd moet blijven. Commerciële exploitatiemogelijkheden worden serieus overwogen, vooropstellende het in stand houden van de natuur- en cultuurhistorische waarde van het complex (Rijksmonument) met de omgeving.
Toen zich in 2008 allerwegen een financiële- en economische crisis aandiende is een stagnatie ontstaan in de verkoopplannen van het molencomplex. Overigens is op bepaalde dagen nog steeds een vrijwillig molenaar parttime in de Grathemer Molen aanwezig en kunnen bezoekers van de geboden diensten gebruik maken en de molen bezichtigen. (2014)

Openingstijden: Dinsdag, woensdag, vrijdag en zaterdag van 12:00 tot 18:00 uur

Adres: Brugstraat 13, 6096 AA Grathem, Telefoon: (+31) (0)475-451291 of (+31) (0)475-572379